Kwaliteitszorg



De intern begeleider 
De intern begeleider (mw. Buitenhuis - Romans) is actief op drie niveaus: de zorg in de klas, de zorg in de school en de bovenschoolse en schoolnabije zorg. Op elk van deze drie terreinen heeft de intern begeleider verschillende taken.

Zorg in de klas
Goed onderwijs begint met het goed kunnen omgaan met verschillen tussen kinderen. Het is aan de leerkrachten om daar voor alle kinderen in de klas / in het cluster een goede vorm in te vinden. De intern begeleider ondersteunt de leerkrachten bij het bieden van de juiste zorg voor de groep, de subgroepen als voor de individuele leerling. Voorbeelden hiervan zijn:
- didactisch en pedagogisch handelen;
- klassenmanagement;
- het ontwikkelen van partnerschap met ouders;
- het coachen van leerkrachten in het werken met groepsoverzichten en leerlingoverzichten;
- ondersteuning van leerkracht in omgang met specifiek gedrag;
- het verwerken van adviezen van hulpverlening in dagelijkse aanpak en leerlingoverzicht.

Zorg in de school (samen met 'derden')
De leerkracht kan alleen dan voor elk kind een passend onderwijsaanbod realiseren, als er op schoolniveau voldoende ondersteuning is. De intern begeleider zorgt (samen met de directeur) voor het realiseren van een goede ondersteuningsstructuur. Voorbeelden hiervan zijn:
- het co
ördineren van de zorg rond leerlingen (door o.a. RT, AB'er, logopedist, etc.) op school;
- benutting van de voorschoolse (zorg)informatie;
- ondersteuning bij overdracht naar het VO;
- inzicht in de sociale kaart;
- scholing organiseren over diverse thema’s;
- klassenmanagement;
- gesprekken met ouders;
- het zorgbeleid van de school (mee) formuleren;
- het maken van een trendanlyse;
- het omgaan met privacy gevoelige informatie;
- de coördinatie van het spreekuur op school;

Bovenschoolse zorg
Wanneer de extra inspanningen door school niet helpen is het tijd de vraag voor te leggen aan Kindante Kwadrant. Eventuele extra ondersteuning kan aangevraagd worden. De gebiedscoördinator wordt betrokken als blijkt dat geboden hulp niet het gewenste effect heeft. Er wordt dan een gezamenlijk gesprek ingepland met alle betrokken partijen. Men inventariseert waar knelpunten zitten én wat goed gaat. 
De taak van de intern begeleider is om (samen met de directeur) ervoor te zorgen alle zorgmogelijkheden optimaal te benutten. Zodat er voor elk kind passende zorg is en de leerkracht ook in staat is elk kind passend onderwijs te bieden. Voorbeelden hiervan zijn:
- aanvraag extra ondersteuning gericht op vragen van leerkracht of ondersteuning voor de leerling;
- hulp bij aanvraag nader extern onderzoek (via huisarts, Centrum voor Jeugd en Gezin of extern bureau);
- (eventueel) verwijzen naar SBO of REC.
- deelname aan bijeenkomsten van het gebiedsteam;
- deelname aan bijeenkomsten van schoolbestuur en het samenwerkingsverband;

De Wet op Passend Onderwijs
Vanaf 1 augustus 2014 gaan alle scholen in Nederland werken volgens de wet Passend Onderwijs. Passend Onderwijs is de naam voor de nieuwe manier waarop onderwijs wordt aangeboden aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.

De hoofdgedachte is dat de (extra) zorg die een kind nodig heeft zo veel als mogelijk op de basisschool geboden kan worden, zo dicht mogelijk bij huis. Scholen gaan hiervoor een bredere basisondersteuning bieden. 

Met de wet wil het kabinet stimuleren dat we meer verschillen in de klas accepteren en in de groep waarin het kind zit naar oplossingen zoeken. De focus verschuift dan van wat het kind niet kan, naar wat het wel kan. De talenten van het kind komen meer centraal te staan. De uitdaging voor de leerkracht is het antwoord op de vraag: "Hoe kan ik aan de onderwijsbehoeften van dit kind optimaal tegemoet komen?" Het vak van de leerkracht wordt complexer. Wanneer een kind intensievere begeleiding nodig heeft dan op school kan worden geboden (ook met hulp van externe specialisten), wordt er in overleg gekeken naar mogelijkheden voor plaatsing in het speciaal (basis) onderwijs.

Passend onderwijs op de Martinus
Voor meer informatie over Passend Onderwijs op de Martinus, verwijzen wij u graag naar het schoolondersteuningsprofiel dat op deze website is terug te vinden.

- Als Martinusschool zijn we een BAS school. We hebben schoolbreed gebouwd aan onze adaptieve school. In groep 1 t/m 8 zijn routines ingevoerd zoals, dagritmekaarten, BAS blokjes, het lopen van rondes en de instructietafel.

- We stemmen ons onderwijs steeds beter af op de handelingsbehoeften van kinderen door de invoer van Het Handelingsgericht Werken. Drie keer per jaar zijn er groepsbesprekingen. Hierbij voeren de intern begeleider en leerkracht een gesprek over de zaken die op groepsniveau opvallen en individuele leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.

- Wij werken in elke groep op minimaal drie niveaus: basisgroep, instructiegroep en plusgroep.

 - Wij stellen voor elke leerling een
leerlingoverzicht op. In dit overzicht wordt (de stand van zaken m.b.t.) het kind duidelijk in beeld gebracht en beschreven welk pedagogisch- en didactisch aanbod het kind nodig heeft. Vanuit alle individuele leerlingoverzichten stellen de leerkrachten middels een schema of mindmap op welke doeken gesteld worden aan de groep, subgroepen en/of individuele leerlingen en welke aanpak daarbij gehanteerd wordt.  

- Wij
werken dus met mindmaps / schematische groepsoverzichten. Iedere leerkracht stelt voor zijn/haar groep zo'n mindmap / overzicht op. Per vakgebied worden daarin de doelen en aanpak beschreven voor de basisgroep, de instructiegroep en de plusgroep. Dit document wordt structureel geevalueerd en bijgesteld. 

- Indien een leerling een dusdanig grote achterstand heeft en nog maar moeilijk kan aanhaken bij het niveau en het lesprogramma van de groep wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld met hulp van een extern deskundige. 

Remedial teaching
We zijn als school van mening dat de extra hulp in eerste instantie in de groep gegeven moet worden. Daar waar extra ondersteuning nodig is welke niet in de groep of binnen het cluster geboden kan worden, hebben we 1 ochtend per week nog de mogelijkheid voor remedial teaching buiten de groep. Ook bij de RT streven we ernaar dat de kinderen in kleine groepjes werken.
  
Criteria voor deelname aan RT:
- Leerkracht heeft eerst zelf een periode lang de leerling in de instructiegroep opgenomen.
- Zwakke scores bij Cito toetsing (ondanks eventuele doublure).
- Er is sprake van sociaal-emotionele problematiek bij de leerling.
- Er is een stoornis gediagnosticeerd hetgeen maakt dat er specifieke aandacht wenselijk is.
- De leerling heeft moeite met rekenen, technisch lezen of de Nederlandse taal.
- De leerling zit in de onderbouw of de middenbouw.
- We verwachten rendement te behalen.
 
Er wordt bij de remedial teaching in groepjes gewerkt waarbij we kinderen met vergelijkbare problematiek zoveel mogelijk aan elkaar koppelen. Op deze wijze kunnen meer kinderen van deze extra zorg profiteren.

Voorlopig Advies Voortgezet Onderwijs groep 6 en 7
Aan het eind van groep 6 en 7 (in juli) krijgen alle kinderen een voorlopig advies voor het Voortgezet Onderwijs.  In dit advies geeft school de verwachting voor het Voortgezet Onderwijs aan. Welke brugklas sluit naar verwachting het beste aan bij uw kind?

In het 10 minuten gesprek in maart zal de leerkracht hier een korte toelichting op geven. Wellicht heeft u zelf vragen. Bijvoorbeeld:

- Wat houdt dit voorlopige advies nu in?
-
Hoe komt dit tot stand?
- Wordt van dit advies afgeweken als mijn kind groei laat zien? 

Bij het voorlopig advies voor het V O nemen wij 3 criteria mee:
Criterium 1:  
Het leerlingprofiel oftewel de leerlingkenmerken die bewust in ons schoolrapport zijn opgenomen. Hierbij kunt u o.a. denken aan werkhouding, motivatie, houding t.a.v. huiswerk, taakgerichtheid, zelfstandigheid en nauwkeurigheid.

Criterium 2:  
De behaalde gegevens uit het Cito leerlingvolgsysteem. Dit zijn de reguliere Cito scores die uw kind door de jaren heen heeft behaald op de basisschool. Het gaat in volgorde van belangrijkheid, om de volgende vakken: begrijpend lezen, rekenen en wiskunde, spelling en technisch lezen. In groep 7 wordt tevens de entreetoets meegenomen.

Criterium 3:  
De resultaten van de methodische toetsen en de obervaties door de leerkrachten.
 
Het advies kan gaandeweg iets naar boven of naar beneden worden bijgesteld afhankelijk van de doorgemaakte groei. Grootse afwijkingen zijn ons inziens echter niet reëel. Aan het einde van groep 7 nemen we de Entreetoets af. De resultaten van de entreetoets geven ook richting aan het te geven advies. In groep 8 volgt dan in februari een definitief schooladvies.    

Opmerking: De Cito eindtoets in groep 8 wordt landelijk op het einde van groep 8 afgenomen. De adviesgesprekken zijn dan al geweest. Als school zijnde stellen wij ons advies niet naar beneden toe bij mocht een leerling de eindtoets minder dan verwacht hebben gemaakt.